nl

Belasting op de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke inrichtingen

Wie moet deze belasting betalen?

Deze belasting is ten laste van de houder van een milieuvergunning op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 1 januari van het aanslagjaar.  Indien deze houder onbekend of insolvabel is, is de eigenaar van de inrichting, waarvoor de vergunning werd bekomen, gehouden tot de betaling van deze belasting.

De uitbater van een gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke inrichting van klasse 1 of klasse 2 waarvoor geen vergunning bestaat, is de belasting verschuldigd. Indien deze uitbater onbekend of insolvabel is dan kan de eigenaar van deze inrichting worden aangesproken voor de betaling van deze belasting.

Hoeveel bedraagt deze belasting?

Het belastingbedrag wordt berekend op basis van de oppervlakte van het uitbatingsgebied, het aantal rubrieken die zijn opgenomen in de milieuvergunning en het aantal inrichtingen:

In functie van de oppervlakte nodig voor de uitbating:

  • € 184,10: kleiner of gelijk aan 5 are
  • € 368,10: meer dan 5 are tot 10 are
  • € 736,20: meer dan 10 are tot 100 are
  • € 1.840,40: meer dan 100 are

Als de vergunning betrekking heeft op meerdere rubrieken,  wordt het bedrag van de belasting verdubbeld.

Samengevat :

Oppervlakte

1   Rubriek

>   1 Rubriek

< 5 are

€ 184,10

€ 368,20

5 – 10 are

€   368,10

€  736,20

10 – 100 are

€   736,20

€  1472,40

> 100 are

€   1840,40

€   3.680,80

Indien er meerdere inrichtingen van klasse 1 of 2 zijn, wordt de belasting vermenigvuldigd met het aantal inrichtingen.

De belasting is jaarlijks verschuldigd  en ondeelbaar, op basis van de toestand op 1 januari van het belastingjaar.

Hoe wordt u belast? 

Jaarlijks verzendt Brussel Fiscaliteit een aangifteformulier aan de belastingplichtigen. De belastingplichtigen die geen aangifteformulier hebben ontvangen op 1 oktober van het aanslagjaar, zijn gehouden er een te vragen voor 31 december van het het aanslagjaar.

Voor zover de belastingplichtige zijn aangifte indient binnen de termijnen, zal de belasting gebeuren op basis van de verklaarde elementen na onderzoek van deze. Een rechtzetting kan plaatsvinden.

Indien de belastingplichtige zijn aangifteformulier niet heeft ingediend binnen de termijnen of de verplichtingen die hem worden opgelegd zijn op basis van de ordonnantie van 21 december 2012, niet heeft gerespecteerd, zal Brussel Fiscaliteit overgaan tot de ambtshalve heffing op basis van de elementen waarover zij beschikt.

Hebt u recht op een vrijstelling ?

Volgens de ordonnantie, zijn niet onderworpen aan de belasting :

  • De inrichting of de uitbating die gedurende het ganse belastingsjaar buiten werking is geweest;
  • De belasting wordt met de helft verminderd wanneer het gaat om land- en tuinbouwbedrijven.

Indien u voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden die bepaald zijn in de ordonnantie, kunt u vrijgesteld worden. 
U dient hiervoor een schriftelijke aanvraag in te dienen bij  Brussel Fiscaliteit binnen de 6 maanden te rekenen vanaf de zevende dag volgend op de verzending van het aanslagbiljet.

Wilt u meer weten?

Alle details en voorwaarden van deze belasting vindt u terug in onderstaande documenten.

  • de ordonnantie van 22 december 1994 betreffende de overname van de provinciale fiscaliteit;
  • de ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

U kunt deze documenten opvragen via de juridische database.