nl

Nieuwe bevoegdheden

Op 11 oktober 2011 bereikten de politieke partijen van de federale regering een akkoord over een zesde staatshervorming, waardoor de fiscale autonomie van de gewesten aanzienlijk werd uitgebreid.

Vanaf aanslagjaar 2015 genieten de gewesten heel wat nieuwe fiscale bevoegdheden. Zo kan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, net als de gemeenten, een eigen aanvullende gewestbelasting heffen op de federale personenbelasting. De totale personenbelasting bestaat dus voortaan uit de federale personenbelasting en de gewestelijke personenbelasting.

Hiernaast heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest volgende bevoegdheden inzake de personenbelasting verkregen:

  • belastingverminderingen en -vermeerderingen invoeren;

  • kortingen toestaan;

  • belastingkredieten toestaan.

Een aantal bevoegdheden inzake de personenbelasting vormen zelfs een exclusieve bevoegdheid voor het gewest. Zo bepaalt het Gewest voortaan de belastingvermindering en belastingkredieten voor de uitgaven voor het verwerven of het behouden van de eigen woning (waaronder de woonbonus).

Daarnaast is het Gewest ook bevoegd voor de Brusselse belastingkredieten en -verminderingen voor:

Welk gewest is bevoegd?

De fiscale woonplaats bepaalt welk gewest bevoegd is. Een belastingplichtige zal slechts onder de Brusselse personenbelasting vallen als de fiscale woonplaats zich bevindt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 1 januari van het aanslagjaar. Een belastingplichtige wordt geacht zijn fiscale woonplaats te hebben in het gewest waar zijn woonplaats zich bevindt, of als hij geen woonplaats in België heeft, in het gewest waar zijn zetel van fortuin (= centrum van financiële belangen) op 1 januari van het aanslagjaar is gevestigd.

De vaststelling van de woonplaats of de zetel van fortuin gebeurt door de FOD Financiën op basis van feitelijke omstandigheden.

Wat betekent de (gedeeltelijke) regionalisering van de personenbelasting concreet?

De aangifte en procedure in de personenbelasting blijft federaal. De federale overheid blijft niet alleen inhoudelijk bevoegd voor diverse aspecten, maar staat daarnaast ook blijvend in voor de vestiging, inning en invordering van de geregionaliseerde personenbelasting. Dit is de zogenaamde “dienst” van de personenbelasting. De beoordeling van concrete dossiers gebeurt dan ook nog steeds door de FOD Financiën. Het aangifteformulier is weliswaar gewijzigd voor bepaalde gewestelijke belastingvoordelen.

Belastingverminderingen

Ook voor volgende uitgaven blijft de federale overheid bevoegd en blijft zij de belastingverminderingen verder toekennen:

  • de NIET-EIGEN woning; dit is in principe de woning die de belastingplichtige niet zelf betrekt;

  • de premies van levensverzekeringen in het kader van een individuele aanvullende pensioenvoorziening;

  • de stortingen voor pensioenspaarrekeningen en de premies van pensioenspaarverzekeringen;

  • de persoonlijke bijdragen voor aanvullend ondernemingspensioen uit de tweede pijler (groepsverzekering, pensioenfonds);

  • de giften;

  • de kinderoppaskosten;

  • de elektrische twee-, drie- of vierwieler;

  • de bezoldiging voor overwerk;

  • de intresten van groene leningen;

  • de bouw, aankoop in nieuwe staat van een energiezuinige woning of de verbouwing van een woning tot energiezuinige woning, zoals passiefwoningen en nul energiewoningen;

  • de energiebesparende uitgaven gedaan in een belastbaar tijdperk vóór 2013, waarvan de vermindering nog is overgedragen naar de aanslagjaren 2015 en/of 2016;

  • de aandelen van erkende ontwikkelingsfondsen;

  • de bezoldiging van een huisbediende.

Deze belastingverminderingen dienen dus –net zoals de gewestelijke– via uw aangifte in de personenbelasting te worden opgeëist.