nl

Binnen welke termijn moet ik betalen?

1.Voor wat betreft de belastingen met uitzondering van de onroerende voorheffing

De belasting moet ten laatste twee maanden, te rekenen vanaf de zevende dag volgend op de verzending van het aanslagbiljet, betaald worden.

Eerste herinnering

Indien u niet betaald heeft binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de zevende dag volgend op de verzending van het aanslagbiljet, wordt een eerste herinneringsbrief gestuurd.

Het te betalen bedrag dat vermeld staat op deze eerste herinneringsbrief omvat het ontdoken of laattijdig betaalde belastingbedrag vermeerderd met 20% evenals de verschuldigde nalatigheidsinteresten.

U heeft 30 dagen de tijd, te rekenen vanaf de zevende dag volgend op de verzending van de eerste herinneringsbrief om de belasting, inclusief de vermeerdering en verschuldigde interesten te betalen.

Tweede herinnering

Heeft u na het verlopen van de termijn vooropgesteld in de eerste herinneringsbrief nog niet betaald, dan ontvangt u een tweede herinneringsbrief die aangetekend wordt verzonden.

Het te betalen bedrag dat vermeld staat op deze tweede herinneringsbrief omvat het ontdoken of laattijdig betaalde belastingbedrag vermeerderd met 50 % evenals de verschuldigde nalatigheidsinteresten.

U heeft 30 dagen de tijd om de belasting, inclusief de vermeerdering en verschuldigde interesten te betalen.

Dwangbevel

Indien ook aan deze laatste herinnering geen gevolg wordt gegeven, zal er, op kosten van de belastingplichtige, via een deurwaardersexploot een dwangbevel worden betekend.

2. Voor wat betreft de onroerende voorheffing

De onroerende voorheffing moet, voor wat betreft het aanslagjaar 2019 en de daarop volgende aanslagjaren, worden betaald binnen de 62 dagen te rekenen vanaf de 7de dag die volgt op:

  • de datum van de verzending van het aanslagbiljet zoals deze is vermeld op het aanslagbiljet
  • de datum waarop het aanslagbiljet werd ter beschikking gesteld op het platform van Brussel Fiscaliteit

Indien niet binnen deze termijn wordt betaald is van rechtswege een nalatigheidsintrest verschuldigd.

Er zal in dat geval ook een herinneringsbrief worden verstuurd.

Een maand na deze versturing, kan een dwangbevel worden opgesteld op basis waarvan de gedwongen invordering kan worden opgestart.